Prinsen Grard en Rob
‘Als prins word je in de watten gelegd en ga je zwevend door de carnavalsdagen heen’
Aan tafel zitten twee oud-prinsen. De ene heeft zijn steek nog maar net moeten afstaan, de ander al bijna een halve eeuw geleden. Gerard van Krieken (86), beter bekend als prins Grard d’n Urste (toen 39), was in 1979 prins van HDL. En vorig jaar, in 2025, zwaaide Rob de Backer, oftewel prins Rob d’n Twidde (47), de scepter over Snevelbokkenland.
“Ik baalde dat het afgelopen was,” vertelt Rob, en Gerard beaamt dit: “Je wordt verwend.” Beiden vertellen hoe ze hebben genoten van het prinsenbestaan. “Het was zo mooi dat je hiervoor gevraagd wordt,” vertelt Gerard. “Het was een eer en het gaf me een supergevoel.” Rob vult aan: “Alles wordt voor je geregeld, je wordt ‘gedragen’ door de anderen en soms werd ik er zelfs verlegen van. Maar het was geweldig en ik heb een topjaar gehad.”
Ik zat in een jutezak
“Zo ergens rond de jaarwisseling van ’78-’79, het was erg koud, kwamen twee oud-prinsen aan de deur: Jan de Waard en van de andere ben ik zijn naam vergeten. Ze kwamen vragen of ik prins wilde worden.” Gerard hoefde er niet lang over na te denken en zijn vrouw Jo was erbij, dus het was zo rond. De onthulling was in de week voor carnaval. “Ik werd onthuld door dokter Luykx. Ik zat in een jutezak.” De jutezak verwees naar de maalderij die hij had. “Ik wil wel prins worden, maar ik ga niet in de Hoge Raad, want ik heb geen tijd voor verplichtingen.” En zo geschiedde: hij werd prins en kreeg twee adjudanten, Henk Habraken en Piet Jacobs, die altijd voor hem klaarstonden tijdens carnaval. “De adjudanten hadden het gruwelijk druk met me. Ik was steeds iets kwijt: m’n steek of de scepter, overal lag wat!”
Doe maar een borrel
Rob werd met een smoesje naar kantoor gelokt. “Mijn compagnon wilde per se op een avond afspreken, terwijl ik eigenlijk geen tijd had. Dus ik kwam te laat. Vervolgens zaten we daar naar een Excelbestand te kijken, totdat de deur openging en de voorzitter van de carnavalsvereniging binnenkwam, voor me op haar knieën ging en vroeg of ik prins wilde worden. Dat moet ik wel overleggen met mijn vrouw, maar doe eerst maar een borrel.” Toen hij thuiskwam had hij wat uit te leggen, maar na een borrel ging ook zijn vrouw Sanne akkoord. Vervolgens moest er nog een adjudant gekozen worden. “Wie kies je dan? Dat vond ik best moeilijk.” Tijdens de onthulling werd duidelijk dat Rick Dekkers de adjudant was van prins Rob. Rob had alles goed geheim weten te houden, want vader Wim was blij verrast en stond in de zaal te glunderen van trots. Ook zijn twee dochters kwamen hem feliciteren.
Voor de gek gehouden
Het grootste geheim van HDL wordt het wel genoemd: de prinsonthulling. Dat is nu zo, maar dat was vroeger ook al zo. Beiden beschouwen ze het als een erebaan, maar over de vraag wat een prins eigenlijk doet, moeten ze lang nadenken. “Tja, je wordt voor de gek gehouden,” bedenkt Rob, en Gerard vult aan: “Zonder prins gaat het niet door.” Als prins word je geleefd. Rob en Gerard nemen samen het carnavalsprogramma door. “Het is nu strak geregeld: van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat ben je in de weer. Het begint met de sleuteloverdracht en eindigt met het stuk slaan van de piñata op het Dorpsplein in Loosbroek.” Tussendoor is er ziekenbezoek, de carnavalsmis, het bejaardenhuis, de basisscholen, De Wis, de tent in Dinther en Blommers. Te veel om op te noemen.
Iedereen is dan gelijk
“Vroeger was het rustiger. We gingen ook op ziekenbezoek en naar De Wis voor de bejaarden, en de hele club kwam hier bij ons thuis. We sloten op dinsdag af bij café Beugtse Barrière, waar nu een pannenkoekenhuis zit. Een groot verschil is ook dat je vroeger vooral in de aanloop naar carnaval en tijdens carnaval actief was. Tegenwoordig ben je het hele jaar prins, met alle prinsenrecepties, het 11-11- bal en overige verplichtingen.” “Het bijzondere aan prins zijn is dat je mensen tegenkomt die je anders niet spreekt,” zegt Rob, die zelfs een bijna 100-jarige ontmoette op Laverhof. Gerard vertelt: “Het is mooi dat iedereen gelijk is met carnaval, en ik vond het ook erg fijn om achteraf te horen dat ik het goed gedaan had.” Ja, als prins word je in de watten gelegd en ga je zwevend door de carnavalsdagen heen. Maar het is ook belangrijk om weer met twee benen op de grond te belanden. Daar zijn ze het allebei roerend over eens.
Tekst: Willemien Manders | Foto’s: Wim Roefs