Maria van Herpen-van Menzel
‘Ik heb één keer getwijfeld, maar toen kreeg ik een nieuwe fiets en ben ik toch maar gebleven’
Maria van Herpen-van Menzel (80) werd als vijfde kind in een gezin van elf geboren aan de Muggenhoek in Heeswijk. Toen ze twee jaar was, werd ze ‘meegegeven’ aan de buren.
Antje Bosch, toen de buurvrouw in Heeswijk, hielp haar moeder met het vele werk. Het leven was druk en vol, en hulp was welkom. “Ze hielp met wassen en het huishouden, zeker wanneer alle kinderen verzorgd moesten worden. Op zaterdag moesten ze allemaal ‘in de teil’ om ze schoon te krijgen, dat was nog een heel werk,” lacht Maria. Het echtpaar Bosch kon zelf geen kinderen krijgen. Wat begon als hulp, groeide langzaam uit tot iets blijvends: Maria ging bij de familie Bosch wonen. “Toen ik twee jaar was, ben ik eigenlijk zomaar meegegaan. Geen idee waarom de keus op mij viel. Zonder officiële adoptie, zonder grote woorden. Ik weet niet of er ooit iets over afgesproken is; het ging eigenlijk vanzelf. Er is ook nooit meer een woord over gezegd. Er lag een wei tussen ons in, we hadden een paadje waarover we jarenlang naar elkaar liepen.” Tot 1954, toen verhuisde het gezin Van Menzel naar de Dorpsstraat in Loosbroek, waar Thea Josemanders, de zus van Maria, nog altijd woont. “Ik was toen negen. Ik vond het jammer dat ze niet meer zo dichtbij woonden, maar verder niks. Ik hoorde bij de familie Bosch, ik noemde ze oom en tante, dat was mijn thuis.”
Huishoudschool
Zo groeide Maria op tussen twee families. Ze bleef Maria van Menzel; haar achternaam veranderde niet. Ze hoorde bij de Boschen, maar vergat nooit waar ze vandaan kwam. Toen Maria twaalf jaar oud was, in 1957, veranderde alles. Antje Bosch overleed plotseling. Dat verlies was groot. “Voor het eerst twijfelde ik: misschien moest ik nu toch terug naar huis, naar mijn eigen moeder. Die gedachte hield me bezig, eigenlijk voor het eerst. Maar mijn oom wilde me graag bij zich houden. Hij beloofde me een nieuwe fiets als ik bleef, en dat heb ik gedaan. Ik dacht: als ik nu wegga, krijg ik zo’n mooie nieuwe fiets misschien wel nooit meer. Ik koos voor de kleine bedstee in mijn kamertje aan de Meerstraat. Waarschijnlijk vond mijn moeder ook dat ik beter af was; iedereen liet het zo.” En zo bleef ze. “Ik fietste regelmatig naar mijn familie in Loosbroek en hield altijd contact. Mijn zussen kwamen vaak bij mij logeren, vooral toen ze op de huishoudschool zaten. Mijn oom had vaak ’s avonds vergaderingen en met mijn zussen was ik niet alleen thuis. Vooral in mijn puberteit vond ik het fijn om mijn eigen familie dichtbij te hebben. Ik voelde me nooit los: ik bleef een Van Menzel.”
Boerenleenbank
Toch stond Maria er na de dood van Antje samen met haar oom alleen voor. “Het was een goeie man, hij zorgde goed voor me, ik kan het niet anders zeggen. Maar er was altijd voor mij gezorgd en nu moest ik het ineens zelf doen, dat viel nog niet mee. Via de wijkverpleging regelde hij dat ik bij een groot gezin het huishouden kon leren. Bij Janus van der Pol hadden ze zeven kinderen, daar leerde ik alles: wassen op maandag, schoonmaken op zaterdag, koken, zorgen. Wat ik daar leerde, paste ik thuis toe.” Op jonge leeftijd deed Maria zo het huishouden en zorgde en kookte ze jarenlang voor haar oom. “Hij kreeg vaak visite, vooral de verjaardagen met neven en nichten en de vele borreltjes waren gezellig, daar genoot ik ook van. Later haalde ik mijn rijbewijs en bracht ik hem ook naar bezoekjes bij familie en vrienden. Hij was een man met aanzien in Heeswijk en een bekende en gerespecteerde man in de gemeenschap. Hij was wethouder geweest, zat in de raad van de Boerenbond, bij de Boerenleenbank en in andere organisaties.”
Goed verdeeld
In 1969 trouwde Maria met Wim van Herpen. Samen kregen ze een zoon en een dochter. “Oom had een eigen kamer, maar zat liever niet alleen. Hij was er graag bij, vooral als mijn man en ik bezoek hadden; hij kon goed buurten en goed blijven zitten. Ik heb weleens gezegd dat we pas echt getrouwd waren toen hij in ’84 overleed. Ook al was dat natuurlijk verdrietig. Overigens dachten mensen vaak dat mijn kostje wel gekocht was, dat ik alles zou erven, maar dat was echt niet zo. Het werd netjes verdeeld onder zijn familie, en zo hoort het ook. Maar ik ben ook goed bedeeld, ik ben niets tekortgekomen en we konden in het huis aan de Meerstraat blijven wonen.” In 2006 werd Maria zelf weduwe. “Ik ben alweer twintig jaar alleen, maar ik kan nog alles en zorg graag en goed voor mezelf. Ik heb nog altijd een eigen plekje in de boerderij, samen met mijn zoon en schoondochter, maar we doppen onze eigen boontjes en zo hoort het ook. Ik rijd auto, fiets en kom heel vaak bij mijn broers en zussen in Loosbroek, dat is ook nog altijd een beetje thuiskomen.”
Twee families
Als Maria terugkijkt, voelt ze geen boosheid of spijt. Ze verwijt haar ouders niets. Ze ging altijd graag naar huis en vond het niet erg om tussen twee families te leven. Ze weet zeker dat ze altijd van haar eigen vader en moeder is blijven houden. Die ene twijfel op haar twaalfde, na de dood van mevrouw Bosch, was er even, maar het leven liep zoals het liep. “Het was zoals het was,” zegt ze. De banden met haar broers en zussen zijn altijd gebleven. Ze zien elkaar op verjaardagen, het is gezellig, vertrouwd. Van de elf kinderen Van Menzel zijn er nog negen in leven; alleen Piet en Jo zijn overleden. Maria staat nog steeds midden in haar familie, verbonden door liefde, loyaliteit en een leven dat misschien ongewoon begon, maar voor haar altijd klopte.
Tekst: Mathieu Bosch | Foto’s: Wim Roefs / privé