Bert van Krieken
‘Mijn werk is altijd mijn hobby geweest, dan is niks teveel’
Drie adressen, twee gemeenten en toch nooit verhuisd. Toen Bert van Krieken (84) werd geboren heette het D25 gemeente Nistelrode, dat veranderde in Loosbroeksestraat 58 en weer later in Dorpsstraat 16, inmiddels gemeente Bernheze. Een geboren en getogen Loosbroekenaar. Zijn vader is Janus van Krieken en zijn moeder Jaan de Mol.
Vier auto’s en één vrachtwagentje
Bert woont met zijn zonen Jacky en Bart in het stamhuis van de Van Kriekens. De familie Van Krieken verhuist eind 19e eeuw vanuit Berlicum naar Loosbroek. De vader van Bert, Janus, is naast boer ook schaapsherder ofwel ‘scheper’. In de winter worden de schapen een keer per dag gehoed en in de zomer twee keer. Van ’s ochtends zes uur tot de middag en dan eind van de middag nog een keer op pad tot een uur of negen, tien. Vanaf een jaar of zeven gaat hij op zondag met zijn vader mee op pad. Ze trekken dan met zo’n 50-55 schapen rond Loosbroek. Bert vertelt: “Ge moet oe eigen indenken: er waren in Loosbroek maar vier auto’s en één vrachtwagentje, een Bedford. En maar enkele verharde wegen: wat nu de Dorpsstraat is en de Dintherseweg, de rest waren allemaal zanddreven. Het was in die tijd makkelijker om met een kudde op pad te gaan.” De inkomsten komen uit het begrazen en de wol. Vanaf 1956, Bert is dan 14 jaar, gaat hij alleen op pad met de kudde. Hij heeft een trouwe hond en verveelt zich geen moment; hij heeft altijd een boek bij zich dat hij leent bij de bibliotheek in het parochiehuis. Hij leest het liefst cowboyboeken: ‘Arendsoog en Witte Veder’, soms wel twee op een dag. Zijn zus Miet komt overdag eten brengen.
Het werd te druk op straat
Na de basisschool gaat Bert nog vier jaar naar de landbouwschool in Berlicum en een jaar naar de tuinbouwschool. In 1965 trouwt hij met zijn Ans en neemt hij de boerderij over. Ans kent hij vanaf zijn zevende jaar. Ze zitten samen in de klas en Ans is bevriend met zijn zus Riek. Ze beginnen hun huishouden met zijn zessen: Bert en Ans, vader Janus, zus Riek en zijn twee jongere broers Jan en Marinus. Zo ongeveer met elk kind dat er geboren wordt vertrekt er iemand. Vanaf 1970 is de oudere generatie uit huis. Bert en Ans wonen met hun vijf kinderen, Jacky, Arianne, Jacqueline, Hilde en Bart, op de boerderij. Opa Janus verhuist in 1977 naar Nistelrode. Bert stopt eind jaren zestig met hoeden van schapen, het wordt te druk op straat. Vanaf 1972 begint hij in de schapenhandel en gaat hij overal schapen scheren. De handel in de wol is dan nog goed. Een kilo wol levert 4,60 gulden op, nu is dat nog zo’n 15 eurocent. Bert gaat met zijn mooiste ram en ooien naar de fokdagen in Odiliapeel en wint mooie prijzen. Het is een vakantiedag voor het hele gezin. Uit alles blijkt dat het hart van Bert bij de schapen ligt. Hij heeft tot zijn 80e met plezier meegewerkt. Dat lukt en hoeft niet meer, maar hij doet het graag. De drukste tijd, de lammertijd is weer voorbij, de ongeveer 400 fokooien hebben 700 lammetjes op de wereld gezet!
Honkvast
Als het even kan fietst Bert dagelijks langs alle plekken waar de schapen lopen, zo’n 25 km. Hij kijkt hoe ze er bij lopen, geeft water. Hij verveelt zich niet, hij is een natuurmens, is het liefst buiten, houdt niet van binnen zitten. “Mijn werk is altijd mijn hobby geweest, dan is niks teveel,” aldus Bert. Het gaat, navenant, best goed met hem. Zijn vrouw Ans is onlangs, na een ziekteperiode, overleden. Na een leven lang samen is dat een groot gemis. Ans was degene die zorgde dat het huishouden op rolletjes liep, het zorgen zat ‘in haar aard’. Bert en zijn zoons nemen deze taken, met hulp van zijn dochters, zo goed mogelijk over. De kleinkinderen komen graag aan, gaan met opa mee fietsen en bellen regelmatig. Hij vertelt over het afscheid van Ans: “We zagen het aankomen, het ging niet meer, maar ik hoopte dat het nog wat langer had mogen duren, maar met de pijn die ze had ging dat echt niet meer.” Bert pakt zijn leven zo goed mogelijk op, hij vertelt: “Ik zit niet alleen, dat scheelt ook veel. Loosbroek is een mooi rustig dorp, maar toch met de nodige activiteiten. Er is niets wat ik negatief vind. Ik heb een mooi leven hier.” De tweede generatie Van Kriekens is honkvast te noemen; van de 17 neven en nichten, de kinderen van degenen die eind 19e eeuw naar Loosbroek kwamen zijn er 16 in Loosbroek blijven wonen.
Tekst: Angelique van Empel | Foto: Wim Roefs