boek

Lieke Kézér

Het boek over Karel Kézér

Lieke Kézér, dochter van onze oud-dorpsgenoot Theo, schreef een indrukwekkend boek over haar opa Karel Kézér. Hij kwam met de kindertrein uit Hongarije en is nooit meer teruggegaan.

De in Engelen geboren schrijfster woont nu in Megen en publiceert haar derde roman Karel, Károly, geïnspireerd op het leven van haar grootvader Károly. Als elfjarige werd hij in 1920 met een van de zogeheten kindertreinen uit Hongarije naar Nederland gehaald; ongeveer 30.000 kinderen kwamen destijds via het Rode Kruis hierheen vanwege armoede. Károly belandde in Vorstenbosch en vestigde zich later met zijn vrouw en veertien kinderen op een boerderij aan de Heideweg in Loosbroek. Een van de verhalen die ze wist te achterhalen is dat haar grootouders in het verzet zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog en onderduikers in hun boerderij hadden. “Daarvoor zijn hij en mijn grootmoeder in 1976 onderscheiden door Yad Vashem, het officiële monument van Israël voor het herdenken van de Joodse slachtoffers van de Holocaust. Er gaan ook verhalen rond dat hij een paar Duitse soldaten heeft doodgeschoten. Die zouden bij het transformatorhuisje bij zijn boerderij begraven liggen. Of dat echt zo is, weet ik niet.”

Lieke’s opa bleef dus in Nederland, leerde er zijn vrouw kennen en stichtte een gezin. “Hij is nog één keer naar Hongarije teruggegaan, in 1938. Hij wilde trouwen en had daarvoor zijn geboorteakte nodig. Hij is maar een week bij zijn familie gebleven. Ze waren blij dat hij kwam, schreven ze. Ze zouden het beste eten voor hem klaarmaken en de mooiste zigeunermuziek draaien. Maar het is bij die ene week gebleven, hij is daarna nooit meer in Hongarije geweest. De verhalen die ik heb gehoord van mijn ooms en tantes – hun kinderen – waren soms tegenstrijdig. Sommigen hadden het idee dat hij een trauma aan zijn verleden had overgehouden, anderen niet. De een zei dat hij geen Hongaars meer sprak, een ander dacht van wel.” De roman combineert dan ook een familiekroniek en fictie: veel details zijn niet doorverteld omdat haar opa weigerde over zijn Hongaarse achtergrond te spreken, dus Lieke vult onvolledigheden creatief in.

Wat zeker is, is dat haar opa in 1956 tijdens de grote opstand in Hongarije aan de radio gekluisterd zat. “Volgens zijn kinderen stond het zweet dan op zijn voorhoofd. Opa was fel gekant tegen Rusland en het communisme. Het was streng verboden om rode kleding te dragen. Dus ik geloof niet dat hij Hongarije helemaal los heeft kunnen laten. Al sprak hij er zelf met geen woord over.”

Lieke is tegenwoordig literair recensent voor het dagblad Trouw. Eerder schreef ze de boeken ‘De afwezigen’ (winnaar van de Debutantenprijs en de Bronzen Uil) en ‘De verloren berg’. Ze begon aan ‘Karel, Károly’ in 2020. Centraal staan thema’s als verlies, ontheemding en het verlangen naar verbondenheid. Ze maakt het ook persoonlijk: als moeder van een tweeling vroeg ze zich vaak af hoe je kinderen zou kunnen laten vertrekken terwijl je niet weet waar ze terechtkomen.

Ze benadrukt dat de kindertreinen goedbedoeld waren, sommige kinderen fleurden op en keerden beter terug, maar dat er ook misstanden waren, zoals uitbuiting en misbruik.

Tekst: Mathieu Bosch | Foto: Privé