Biljarten

Henk van Krieken

In café Alleman wordt wekelijks fanatiek gestreden om de felbegeerde titel van de Loosbroekse Biljartkampioenschappen. Tientallen dorpsgenoten nemen deel aan dit sportieve én sociale hoogtepunt, waarvan de ontknoping de komende weken plaatsvindt.

Biljart als bindmiddel

Henk van Krieken, een fervent biljarter met een indrukwekkend gemiddelde van 1,2 carambole per beurt, speelt voor het team van café De Zwaan. Maar zijn betrokkenheid reikt verder dan alleen het spel. Een jaar geleden nam hij het initiatief om de biljarters van Loosbroek te verenigen. En waar anders dan in het vertrouwde café Alleman? “We zijn de winkel al kwijt, de kroeg moet blijven. We moeten het samen levendig houden in het dorp,” zegt Henk vastberaden. Toen hem werd gevraagd wat er met het biljart in het café moest gebeuren, was zijn antwoord duidelijk: “Opknappen!” Dat gebeurde. En met succes. Henk plaatste een oproep in dorpsblad De Dorus, in de hoop op een paar geïnteresseerden. Maar de respons overtrof zijn stoutste verwachtingen. Niet alleen spelers meldden zich aan, ook dorpsgenoten zoals René Dobbelsteen (eveneens speler bij De Zwaan) en Jan Paans boden spontaan hulp aan bij de organisatie. Samen met Marcel Kanters vormen zij nu het kloppend hart van het biljartgebeuren in Loosbroek.

Biljart erbij

Het biljart in café Alleman bleek al snel onvoldoende voor het groeiende enthousiasme. De organisatie vond een tweedehands biljart in het Limburgse America, dat eigenhandig werd gedemonteerd, vervoerd en opnieuw opgebouwd in Loosbroek. Dankzij oud-Loosbroekenaar Gerard Gabriëls werd het geheel voorzien van een digitaal scorebord en een professioneel speelschema. Ook is er een website gebouwd waarop alle informatie over wedstrijdtijden, spelregels en standen te vinden is. De competitie telt 43 deelnemers: 42 mannen en één vrouw, Yvonne van Heck. En die laat zich niet zomaar uit het veld slaan. “Ze staat haar mannetje, sterker nog, ze speelt uitstekend en maakt een serieuze kans op de titel,” aldus Henk. De populariteit van het toernooi is zo groot dat enkele dorpsgenoten moesten worden teleurgesteld. “Omdat het om de Loosbroekse kampioenschappen gaat, mogen alleen inwoners van het dorp meedoen. Daar zijn we streng in,” legt Henk uit. Zelfs oud-inwoners die al jaren meespelen, moesten dit keer verstek laten gaan. En ook wethouder Daandels, die graag zijn keu had willen laten spreken, moest toekijken vanaf de zijlijn.

Meer dan een spelletje

“Voor we beginnen, drinken we eerst un pilske, anders guggut nie,” lacht Henk. “Even bijpraten over het leven, en over de kunst van het biljartspel en termen van libre en carambole tot de pomerans. Dat laatste, het leren dopje op de keu, is voor biljarters van cruciaal belang. “Het bepaalt of je een doorsnee potje speelt of een meesterlijke stoot produceert. En tijdig krijten is minstens zo belangrijk. Het krijt zorgt voor grip tussen de pomerans en de bal, waardoor je nauwkeuriger kunt stoten en effect kunt geven.” Toch draait het niet alleen om techniek. “We hebben ook een clubje van een man of tien die er eigenlijk niks van kunnen, maar die zijn wél goud waard voor de sfeer. En dat is misschien nog wel belangrijker dan winnen.”

Strafregels en spelvreugde

Om het spelplezier te vergroten, zijn er ludieke strafregels ingevoerd. Wie een bal uit het biljart speelt, trakteert zijn tegenstander op een rondje. Twee ballen uit het biljart? Dan is de hele tafel aan de beurt voor een drankje op jouw kosten. Het zorgt voor hilariteit én betrokkenheid. De finalerondes vinden plaats op 3, 10 en 12 december, telkens van 20.00 tot 22.30 uur. Daarna worden er uiteraard nog ‘un por pilskes’ gedronken op de overwinning of ter troost. René Dobbelsteen benadrukt: “Het blijft spannend tot de laatste dag, omdat iedereen op gemiddelde speelt. Daardoor maakt iedereen kans om te winnen.” De organisatie kijkt al vooruit naar volgend jaar. “Het is een groot succes: mooie wedstrijden, veel publiek, altijd gezellig. Dus we gaan zeker door,” besluit René. “De jongste deelnemer is 43, de oudste 74. Er is dus ruimte voor wat meer jeugd. En voor meer vrouwen natuurlijk!”

Tekst: Mathieu Bosch | Foto’s: Wim Roefs