WILLY VAN DER HEIJDEN
‘Het is mijn leven. Ik heb het nooit als werk gezien.’
De geboren en getogen Loosbroekenaar Willy van der Heijden woont al 57 jaar aan de Dorpsstraat, waar hij in 2007 de boerderij van zijn ouders overnam. “Ik weet niet beter dan dat ik altijd mee aan het helpen was. We hadden lange tijd koeien en varkens, ik vond het allebei mooi”.
Boer in hart en nieren
Willy groeide op met zijn ouders en nog drie broers. Hij was de oudste van het stel. “Als kind was ik al op het erf te vinden. En zodra ik oud genoeg was om op zaterdag met de tractor de koeien te voeren, ben ik gestopt met voetballen,” lacht hij. “Het boeren zit gewoon in hart en nieren.” Na de lagere school ging hij naar de LAS in Schijndel. “We fietsten daar elke dag naartoe met een groepje jongens uit Loosbroek en Heeswijk-Dinther. Mooie tijd. Daarna nog de MAS gedaan. Ik wist al jong dat ik boer wilde worden en ik heb er nog geen dag spijt van gehad.” De boerderij werd twintig jaar geleden herbouwd en in tweeën gesplitst. “Links wonen mijn ouders en rechts woon ik. Of ja, wonen… eigenlijk slaap en douche ik er alleen. Eten doe ik bij mijn ouders, en ’s avonds zit ik er meestal ook. Overdag ben ik toch veel buiten te vinden.”
Rustig opbouwen
Voor Willy was boer zijn nooit zomaar een beroep. “Het is mijn leven. Ik heb het nooit als werk gezien, en ik heb het ook nooit vervelend gevonden om te werken.” Tot zijn gezondheid roet in het eten gooide. “Ik had al een jaar of vijf last van mijn heup. Het begon met een tik tijdens het lopen, tot ik ’s nachts niet meer om kon draaien van de pijn. Het gewricht was gewoon op, bot op bot. En ja, ik heb er waarschijnlijk veel te lang mee doorgelopen.” In mei van dit jaar kreeg hij een nieuwe heup. “Donderdagmiddag geopereerd, vrijdag alweer thuis. De pijn was weg, maar de conditie ook. Ik dacht dat ik zo weer aan de gang zou zijn, maar dat duurde langer dan gehoopt en dat viel me toch wel tegen. Nu probeer ik het rustig weer op te bouwen.”
Melk eruit, rust erin
Tot vorig jaar had Willy nog zo’n 65 melkkoeien. “Maar het ging niet meer. Gezondheid en regels, misschien ken je het wel. Met een versleten heup werken was pijnlijk, en de wet- en regelgeving maakt het er ook niet makkelijker op. Je moet veel investeren om door te kunnen, en dat verdien ik op mijn leeftijd niet meer terug. Ik ben alleenstaand en een opvolger is er niet.” De beslissing om te stoppen met het melkvee was moeilijk. “Dat was wel even slikken. De aanloop werd ook ineens een stuk minder. Logisch, er viel voor vertegenwoordigers niet veel meer te verdienen aan mij,” lacht hij. Stilzitten? Dat zit er niet in. “Ik heb nog wat jongvee, dat moet gevoerd worden. En wat land met maïs, aardappelen en gras. Verder rommel ik wat in de stallen: beetje slopen, beetje repareren. Ik ben graag bezig! Wat lummelen rondom huis, dat kan ook mooi zijn. Niks doen is niks voor mij.”
Thuis d’n aard
Hobby’s heeft hij eigenlijk nooit echt gehad. “Altijd alleen maar geboerd. Nooit gemist ook.” Toch is hij niet vies van wat gezelligheid. “Ik doe wat vrijwilligerswerk, bij de rommelmarkt en bij de Trekkertrek. Doen bijna alle boeren hier, hè.” Hij helpt ook geregeld zijn ouders. “Soms in de groentetuin, al is dat niet helemaal mijn ding. Maar vooruit. En verder help ik mijn ouders waar nodig en waar ik kan. Mekare vort helpen, doen en niet preken, da’s wat telt”, aldus Willy. Vakanties zijn voor Willy geen must. “In mijn hele leven ben ik twee keer in het buitenland geweest: Spanje en de Canarische Eilanden. Mooi hoor, maar ik mis het reizen niet. Nederland is ook mooi. Thuis goed d’n aard hebben is ook veel waard.” En uitgaan? “Vroeger gingen we nog op stap, eerst naar Lunenburg, later naar Uden. Maar op een gegeven moment wordt dat ook minder.”
Vooruitkijken
Als hij vooruitkijkt, wordt Willy even stil. “Mijn ouders worden ouder, en als zij er niet meer zijn, zal het wel erg rustig worden hier.” Een vrouw in zijn leven heeft hij nooit gevonden. “Misschien heb ik altijd gehoopt dat er nog wel een leuke vrouw binnen kwam waaien, maar dat is niet gebeurd. Ik kom ook niet veel meer op plekken waar ik iemand tegenkom.” Dan lacht hij. “Misschien moet ik toch maar eens op een datingsite. Zelf ben ik niet zo handig op de computer, maar ik kan natuurlijk mijn nichtjes eens vragen om me te helpen.”
Tekst en foto’s: Miriam van Dijk